Terugblik Dag van de Ontwerpkracht 2026
Pionieren 2.0 Ontwerpen aan een houdbare toekomst; dat was op 30 juni het thema van de Dag van de Ontwerpkracht. Plaats van handeling: de Kunstlinie in Almere. Op de vijfde editie van de dag van, voor en door professionals werkzaam in het ruimtelijke domein gaven Hans Stegeman en Lot Locher de Vitruviuslezing. De Tilburgse wethouder Bas van der Pol ontving de Bokaal van de Ontwerpkracht. Bezoekers konden deelnemen aan 24 masterclasses, debatten en werksessies.
Almere jubileert; zestig jaar geleden ontvingen de eerste bewoners de sleutel van hun woning van de nieuwe polderstad - gelegen in provincie Flevoland die dit jaar haar veertigjarig bestaan viert. Inmiddels maakt Almere met een adaptieve groeistrategie de sprong van vijfde naar derde stad van Nederland. Commissaris van de Koning Flevoland Arjen Gerritsen verwees ernaar in zijn welkomstwoord aan de 650 aanwezigen op de Dag van de Ontwerpkracht - in grote meerderheid ruimtelijk ontwerpers, daarnaast bestuurders en ambtenaren, studenten én bewoners van Almere.
Een nieuwe manier van pionieren
Dagvoorzitter Sophie Stravens lichtte het thema van de Dag van de Ontwerpkracht toe: "De Flevopolder was zeventig jaar geleden een blanco vel. Meerkernig Almere ontstond vanuit een blauwdruk met ruimte voor experiment en pionieren. De huidige, volle stad vraagt om een andere manier van pionieren, in een nieuwe fase waarin veel grote opgaven samen komen - allemaal met een ruimtelijke component. Dat vraagt van ontwerpers vakmanschap en besef wat op het spel staat, om samenwerken en een integrale benadering. De ontwerper heeft daarin een rol als strateeg en verbinder, met oog voor kwaliteit en verantwoordelijkheid op lange termijn. Pionieren, daar gaan we het hier vandaag over hebben.” Ook op provinciaal schaalniveau vraagt dit aandacht. De ontwerp-Omgevingsvisie ‘Flevoland 2050, blik op de toekomst’ beschrijft hoe de provincie richting 2050 wil omgaan met grote ruimtelijke, economische en maatschappelijke opgaven. Doel is een Flevoland in balans; een provincie die zo groeit dat wonen, werken, natuur, landbouw, energie en mobiliteit met elkaar in balans blijven. Dat vraagt duidelijke keuzes, inzet van ontwerp - en ruimte voor pionieren.

De Gids: Ontwerpen aan onze toekomst
Hoe kan ontwerpkracht in de praktijk gebruikt worden? Programmadirecteur Jutta Hinterleitner van PlatformOntwerp NL presenteerde in De Kunstlinie de publicatie die daarop een antwoord geeft: 'De Gids. Ontwerpen aan onze toekomst'. Deze publicatie van Platform ontwerp NL (PONL) is het resultaat van twee onderzoekstrajecten: Leren van het Veld en het Curatorentraject Bundelen en duiden. De auteurs inventariseren en analyseerden honder d ontwerpend onderzoeken ter inspiratie voor opdrachtgevers en ontwerpers die aan de slag willen met de ruimtelijke opgaven. Volgens het PONL kunnen de grote opgaven waar Nederland voor staat niet los van elkaar worden gezien; met ontwerpend onderzoek kunnen kansen en mogelijkheden van integrale planvorming worden verkend.
Voor elk van de bezoekers was een gratis exemplaar beschikbaar. De Gids is nu ook te downloaden of bestellen via de website van Platform Ontwerp NL en gratis af te halen bij NAi booksellers of Arcam.

Toekomstatelier 100 jaar Almere
Jutta Hinterleitner bracht in Almere ook het nieuwe PONL-project Toekomstatelier 100 jaar Almere onder de aandacht: een samenwerking van PONL, Gemeente Almere, Provincie Flevoland en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties DG Ruimtelijke Ordening. Het project draait om ontwerpend onderzoek naar een gezonde, ondernemende en groene stad. In het toekomstatelier worden drie ontwerpteams (de aanmelding is inmiddels gesloten) uitgedaagd om 50 jaar vooruit te denken; welke kantelpunten staan de regio te wachten?
Vitruviuslezing: Waarde, toekomst, tijd
Keynotelezing op de Dag van de Ontwerpkracht was de Vitruviuslezing, uitgesproken door Hans Stegeman (hoofdeconoom Triodos Bank) en Lot Locher (architect en principal bij ONE Architecture & Urbanism). Onderwerp van hun lezing: toekomstwaarde, gezien door een economische en een ontwerpbril. Daarbij stonden drie thema’s centraal: wat is waarde, hoe zien we de toekomst, en welke rol speelt tijd om bij die toekomst te komen?
Locher en Stegeman stelden dat zolang financiële waarden de ruimtelijke afweging domineren, een omgeving wordt gebouwd die past bij het rendement, niet bij de mensen die er leven. Zij kwamen in hun lezing uit op vier principes voor een andere toekomstwaarde.
De eerste: Waardeer anders. Stegeman: “Niet alles wat telt is te tellen. Ecologische grenzen en sociale samenhang zijn geen kostenpost in een spreadsheet, maar de vloer waarop al het andere rust. De financiering volgt op de keuze, niet andersom.”
Locher riep op om meerdere toekomsten te ontwerpen: “Meerdere scenario’s, zowel utopisch als dystopisch. Gebruik die om te kijken hoe je met backcasting flexibiliteit kan inbouwen om zoveel mogelijk van die toekomsten nog open te laten, maar wel koers te kunnen zetten. Want een toekomst die bij de eerste tegenwind van tafel gaat, is geen toekomst maar een wens. Beweeglijkheid in de visie is geen zwakte, het is voorbereiding op onzekerheid.”
Principe drie van Stegeman en Locher: denk in generaties. Stegeman: “Ruimtelijke besluiten van nu bepalen het leven van mensen die nu nog op school zitten en hun kinderen. Kwartaallogica past daar niet bij. Een andere discontovoet, een andere manier van rente innen voor de toekomst is geen romantiek, zeker niet voor natuurlijke oplossingen. Het is gewoon eerlijk rekenen.”
Als laatste riep Locher op verlies te erkennen: “Een houdbare toekomst vraagt om afbouwen, en afbouwen is rouwen. Wie dat overslaat en daar geen ruimte voor laat, verliest de mensen die het moeten doen. Rouw is geen zwakte in beleid, is niet het tegenovergestelde van een hoopvolle toekomst. Het is een voorwaarde voor draagvlak.”

Pionieren in Pampus
Bezoekers van de Dag van de Ontwerpkracht konden deelnemen aan 24 deelsessies rond het thema Pionieren 2.0. De workshop ‘Pionieren in Pampus’ van de gemeente Almere, Young NVTL en JongBNSP draaide om de vraag waar dat pionieren eigenlijk begint, toegespitst op Almere Pampus. De nieuwe wijk wordt niet vanuit een blauwdruk ontwikkeld, maar adaptief: het stadsdeel moet vanaf de eerste pioniers een plek zijn waar mensen zich thuis voelen en die kan meegroeien. In de workshop werd onderzocht hoe dat lukt, vanuit drie perspectieven: de ontwerper, de bewoner/gebruiker en de gemeente.
Na een korte introductie door landschapsontwerper Daniel Barrero (Ruimtevolk, Young NVTL), Judith Lekkerkerker (Programmamanager Sociaal Stedelijke Ontwikkeling Gemeente Almere) en Ellen Lommen (Projectdirecteur Pampus Gemeente Almere) voerden de circa dertig deelnemers in drie groepen onder leiding van een van de sprekers een verdiepend gesprek vanuit een van de perspectieven.

De workshop maakte duidelijk dat ontwerp niet alleen gaat over plannen maken, maar vooral over het in beweging brengen van mensen en plekken. “Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze dag”, aldus de organisatoren: “Sociale gebiedsontwikkelingen beginnen niet met een perfect eindbeeld of met rapporten […]. Ze beginnen meteen eerste ontmoeting, een eerste schets, een eerste evenement en een eerste gezamenlijke stap. Juist door vanaf het begin te activeren, ontstaat eigenaarschap, groeit enthousiasme en krijgt een gebied al een identiteit voordat het volledig is gebouwd.”
Erfgoedatelier Groen in deleefomgeving
De Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed gaf op de Dag van de Ontwerpkracht de masterclass ‘Erfgoedatelier Groen in de leefomgeving’. De RCE is betrokken bij vergroeningsprojecten in en rond de stad die draaien om aansluiten bij het karakter van een plek en aanwezig cultureel erfgoed. De masterclass met onder meer Peter Timmer en Berthe Jongejan van de RCE draaide om drie ateliersessies rondom vergroening op verschillende schaalniveaus. De sessie over ‘vergroening van de historische binnenstad’ ging in op de vraag welke kernkwaliteiten je kunt herkennen en meeneemt, plus de rol van participatie. Sessie twee onderzocht hoe met groen om te gaan in wederopbouwwijken. De laatste sessie (‘groen transformatiegebied langs de Romeinse weg’) belichtte het transformatiekader voor een visie op eengebied.
De sessie over groen in wederopbouwwijken spitste zich toe op de wijk Kerschoten in Apeldoorn. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed formuleerde in de sessie een aantal vragen rondom de omgang met groene kernwaarden in deze en andere na-oorlogse wijken: “Er zijn in Nederland dertig wederopbouwwijken van nationaal belang met kernkwaliteiten die we willen behouden voor de toekomst. In verschillende wijken is het groen als kernkwaliteit benoemd en wordt als erfgoed gewaardeerd.”
Ook in de wederopbouwwijken spelen nieuwe opgaven, waaronder verdichten én vergroenen. De RCE ontwikkelde een Gereedschapskist Verdichten en stelde een handreiking op over groen in deze naoorlogse wijken. Daarbij speelt de vraag welke groene elementen erfgoedwaarde hebben: “Dat vereist goed kijken naar bestaande waarden, ook van het groenontwerp.”
Van thuis naar samen-leven
De schaal van de mens kwam op de Dag van de Ontwerpkracht aan bod in de BNI-masterclass en werksessie ‘Van thuis naar samen-leven: Interieurarchitectuur in de woonopgave’. Daarin stond de vraag centraal hoe grote maatschappelijke thema’s als het woningtekort, de individualisering en eenzaamheid vertaald worden naar de schaal dicht bij de mens - het interieur - en door wie. ‘Woonfilosoof’ Pieter Hoexum verzorgde een inleiding over het begrip thuis en thuis voelen. Hoexums stelling: architecten moeten van dat ‘thuis’ afblijven. Ontwerpen aan woonkwaliteit is goed, maar het echte ‘thuis’ dat doet de bewoner zelf.

De presentatie van architectonisch ontwerpbureau Baltussen van Schaik draaide om de worsteling hoeveel invloed je als architect moet hebben op het wonen. Architect Margit vanSchaik: “Tijdens de Vitruviuslezing ging het al over waarden die niet in geld zijn uit te drukken; dat geldt evenzeer voor de kleine schaal van de woning. Ontwerpkracht kan hier bijdragen om de waarden van mensen te vertalen in vorm.”
Kwaliteit als versneller
Ook de Omgevingswet was onderwerp van gesprek op de Dag van de Ontwerpkracht. Dorine van Hoogstraten (directeur Mooi Noord-Holland), Enno Zuidema (Regiobouwmeester aardbevingsgebied Groningen), Mariëlle Hoefsloot (directeur Federatie Ruimtelijke Kwaliteit), Sanne van Manen (Studio Meent) en Barbara Luns (Architectuur Instituut Rotterdam) debatteerden in de deelsessie ‘Kwaliteit als versneller’ over de andere inrichting van het beleid rond ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsadvisering die de Omgevingswet verlangt. Wat is nodig om kwaliteit als drager van een voortvarende realisatie van ontwikkelingen te krijgen? En hoe richten we dat in?
De toekomst van Oosterwold
De gemeente Almere en Gebiedsorganisatie Oosterwold organiseerden op de Dag van de Ontwerpkracht een panelgesprek over de toekomst van Oosterwold. Titel: ‘Oosterwold: wonen in je moestuin, samen werken aan je wijk’. Insteek van het debat: Oosterwold begon tien jaar geleden met maximale vrijheid, nu en voor de toekomst is het leidende principe 'samen stad maken'; wat is de de potentie van collectieve initiatieven? Gespreksleider Arie-Willem Bijl, gebiedsregisseur voor Oosterwold, ging daarover in gesprek met Sara van der Kooi (vertegenwoordiger voor Bosveld 2), Elly van der Bijl (voormalig VvE-voorzitter van 84 woningen van collectief ‘t Eemgoed), Aad Bouwhuis (collectief De Buitenplaats), Marlien van Poelje (familiekavel Team Oosterwold), ontwikkelaar Heinrich van Doorn (BPD) en Hannah Lara Palsdottir (BZK, gebiedsontwikkeling).
Conceptontwikkelaar Arie Lengkeek presenteerde een advies aan het Rijksvastgoedbedrijf. De stad bouwen met particulieren, dat kan en leidt tot kwaliteiten, stelde Lengkeek. Er is kennis, bij het rijk, bij de corporaties, de steden, RVO, bij Cooplink. Er is een landelijk fonds voor de aanloopfinanciering. Waarom zou je het doen, als Rijksvastgoedbedrijf? Lengkeek: "Het zorgt voor maatschappelijke meerwaarde, je stuurt op de lange termijn, je bouwt vanuit gemeenschappen. De bouwopgave vraagt om meer bouwen vanuit gemeenschappen - die verweven, verbinden, versterken. Nodig is nog reductie van onzekerheid: zorg voor eengoed samenspel." Wat kan het RVB morgen doen? Lengkeek: "Een alternatieve marktconsultatie organiseren, de coöperatieve doelgroep definiëren, inweven in gebiedsontwikkelingen, de stofkam halen door de pijplijn van verkooptrajecten en een RVB-specifiek instrumentarium ontwikkelen."
Lagerhuisdebat over Flevoland
De Provincie Flevoland organiseerde het Lagerhuisdebat ‘Stand van Flevoland: van ontwerpideaal naar veerkrachtige toekomst’. Het Lagerhuisdebat werd gevoerd aan de hand van tien stellingen die draaiden om de toekomstige ruimtelijke inrichting van de jonge polder - en om het hoe, wat en voor wie. Is de overvloedige ruimte in Flevoland vrijbrief voor ‘alles kan’? Moet dat inrichten al pionierend, of juist leunen op het historische grid? Welke inrichting van polder en omliggende delta biedt perspectieven voor ontwikkeling met behoud van de waarde van polders en delta? Deelnemers aan het debat waren onder meer BNSP-voorzitter Eric van der Kooij, fotograaf Theo Baart, Suzanne Broos (Adviseur Ruimteregelaar Flevoland) en Helga van der Haagen (Ateliermeester Flevoland).
Het Lagerhuisdebat opende met de stelling: ‘New Towns als vrijstaat voor experiment’. Argumenten voor: “De New Towns zijn geboren uit experiment, jong, flexibel en minder verstard dan oude steden. Juist daarom moeten ze opnieuw de vrijstaat worden waar Nederland radicale vernieuwing durft te testen.” De tegenstem bij deze stelling: “Bewoners zijn geen proefpersonen. Een vrijstaat klinkt romantisch, maar ondermijnt stabiliteit, rechtszekerheid en leefkwaliteit.”

Enkele stellingen draaiden om de woningopgave: gaan we huizen bouwen op de beste landbouwgrond van Europa, of zijn voedselzekerheid en bodemkwaliteit hier de strategische waarden? Biedt het Markermeer de ruimte voor de groeibehoefte van Nederland, of is dat duur, risicovol en een bedreiging voor een kwetsbaar ecosysteem? Andere stellingen draaiden om al of niet kiezen voor industrieel bouwen in Flevoland en om economische ontwikkeling – opnieuw gekoppeld aan de woonopgave. Ook de vraag wie bij de toekomstige ruimtelijke inrichting van Flevoland de regie heeft werd verpakt in een stelling; is dat de provincie die bovenlokale keuzes kan maken over een ruimtelijke puzzel die te complex voor gemeenten afzonderlijk? Of juist de gemeenten die het gebied beter kennen en niet moeten worden overruled?
Genderinclusieve openbare ruimte
Koninklijke NLingenieurs organiseerde de werksessie ‘Voor wie ontwerpen we de stad? Genderinclusieve openbare ruimte in de praktijk’. Namens NLingenieurs nam Guido van Loenen (Rho Adviseurs) aan de sessie deel, waar Rosanne Proost (landschapsarchitect), Nonna Joosse (consultant Project & Contract management) en Donne Gerlich (stedenbouwkundig ontwerper) hun kennis presenteerden. In de sessie werd getoond dat de publieke ruimte neutraal lijkt, maar in de praktijk vaak impliciet aansluit bij een dominante gebruikersgroep. Onderzoek toont aan dat dit invloed heeft op veiligheid, toegankelijkheid en gebruik door vrouwen en genderdiverse groepen.

Ontwerpprincipes kunnen bijdragen aan een inclusievere openbare ruimte, zoals duidelijke zichtlijnen en sociale veiligheid, informele sociale controle en levendigheid, multifunctioneel gebruik en variatie in verblijfskwaliteit, en participatie van diverse gebruikersgroepen in het ontwerpproces. Deze principes sluiten aan bij recente inzichten uit onderzoek naar genderinclusief ontwerp, waarin onder andere veiligheid, leesbaarheid en sociale diversiteit centraal staan.
Succesvol pionieren in Tilburg
Dat ook Tilburg pioniert met ruimtelijke ontwikkelingen was te zien in de masterclass die de gemeente op de Dag van de Ontwerpkracht organiseerde: ‘Succesvol pionieren in Tilburg – hoe integrale landschapsontwikkeling leidend werd’. Senior landschapsarchitect Gijs Breeman lichtte de uitwerking van de strategie van de landschapsparken toe aan de hand van Landschap Pauwels. Hij maakte inzichtelijk dat een ommekeer plaatsvond in de omgang met het ommeland; van onbekend ‘buitengebied’ waar allerlei stadsontwikkelingen in deze stadsrandzone werden geprojecteerd naar een visie waarin landschap leidend is in de stedelijke ontwikkeling.

De geleerde lessen van de afgelopen twintig jaar volgens Breeman: “Positioneer je plan op de schaal van de regio en zoek partnerschappen, kies je plangrens zorgvuldig en maak een voorstelbaar programma in de tijd. Bij Pauwels kregen we partners mee via eenmanifest met een droombeeld van Pauwels. Daarop ontstond commitment van bestuurders.”
Aan de hand van het in 2024 door gemeente Tilburg en Oisterwijk vastgestelde koersdocument ‘Oostflank SRBT’ illustreerde Breeman dat het landschap zelfs de regie heeft; veel oorspronkelijk voor stedelijke ontwikkeling bedachte hectares zijn van de plankaart geschrapt ten gunste van natuur- en landschapsontwikkeling.
Bokaal van de Ontwerpkracht
Aan het einde van de Dag reikte BNSP-voorzitter Eric van der Kooij de Bokaal van de Ontwerpkracht uit: “Deze prijs is niet voor het beste ontwerp, maar voor een persoon die ons vakgebied in stelling weet te brengen en ontwerpkracht heeft weten te agenderen." Dit jaar ging de Bokaal van de Ontwerpkracht naar de Tilburgse wethouder Bas van der Pol (stedelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening en omgevingskwaliteit). Van der Kooij: “Bas is bekend om zijn lef en durf, hij is een dossiertijger, een geïnteresseerde meedenker, volgt alle ruimtelijke ontwikkelingen, in Nederland en het buitenland, heeft een enorm netwerk en een groot hart voor dorp en stadsdeel, voor het hyperlokale. Hij ontvangt deze prijs vanwege zijn creativiteit en ambitie, van gebouw tot ontwerpvisie: Van der Pol plaatste in Tilburg kwaliteit voorop, gaf ontwerpkracht een centrale plek, verbindt stadsdelen en stelt altijd de bewoner centraal.

Tekst door Hans Fuchs - Foto's door Thijs ter Hart

